BEDREIGENDE PAARDENZIEKTES

Nieuwe ziektes liggen op de loer. Ziektes waarvan we vroeger dachten dat ze hier niet voor zouden komen, zoals Blauwtong, komen nu ook in Nederland voor. Dit wordt mede veroorzaakt door het veranderende klimaat, maar ook door de toegenomen internationale bewegingen van zowel mens als paard.

In dit kader zullen we de Afrikaanse Paardenpest, West Nile en Equine Infectieuze Anemie bespreken. Deze drie ziektes worden overgedragen door insecten. Het is belangrijk dat deze ziektes direct herkend worden, mochten ze hier ooit in Nederland uitbreken.

Afrikaanse Paardenpest (APP) / African Horse Sickness
Afrikaanse Paardenpest (APP) wordt door het Afrikaanse Paardenpestvirus veroorzaakt. Dit virus wordt door knutten (o.a. Culicoides imicola) overgebracht. Dit soort Culicoides komt niet voor in Nederland, maar het is nog onbekend of de in Nederland aanwezige soorten Culicoides in staat zijn het APP-virus te verspreiden (mochten ze een besmet paard tegenkomen). Besmette paarden kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten. De knutten zorgen voor de verspreiding van het virus door een besmet paard te steken. Paarden zijn het meest gevoelig voor APP. Ezels en zebra’s kunnen ook wel ziek worden, maar zullen er minder gauw aan sterven. Dit maakt hen tot een belangrijk reservoir voor het APP-virus.

APP is aangifteplichtig en bestrijdingsplichtig. Dit betekent dat bij een vermoeden van APP er direct melding moet worden gemaakt (vergelijkbaar met de mond- en klauwzeer).

Er zijn 4 verschillende vormen van APP:

  • Longvorm of dunkopziekte
  • Hartvorm of dikkopziekte
  • Gemengde vorm
  • Koortsvorm

De longvorm is de meest acute vorm van APP. In een populatie die nooit in aanraking is geweest met APP (zoals bijvoorbeeld Nederland), zal dit de vorm zijn die we het meest waarschijnlijk zullen gaan aantreffen. De kans op overlijden van het besmette paard is bij deze vorm maar liefst 95%. De 5% die overleeft, zal nooit weer de oude worden. De incubatietijd (de tijd tussen besmetting en het uiten van de ziekte) is kort, ongeveer 3 tot 4 dagen. De paarden hebben vaak hoge koorts (40 tot 41 °C), zijn ernstig benauwd, maar hebben vaak nog wel eetlust. Kort voor het doodgaan, kan men schuimige neusuitvloeiing uit de neusgaten zien komen. Dit wordt veroorzaakt door uitgebreid longoedeem. Dergelijke dieren stikken uiteindelijk.

De hartvorm treedt met name op bij paarden die al eens eerder in contact zijn geweest met het APP-virus. De incubatietijd is wat langer, 5 tot 7 dagen. De koorts is iets lager (39 tot 40 °C). Na deze koortsfase van ongeveer 4 dagen treden de volgende symptomen op: zwelling van het vet boven de ogen en bloedrode zwelling van de oogslijmvliezen. Vervolgens zwelt het hele hoofd op. Hierdoor ontstaat ook benauwdheid. Ook opvallend is onderhuids vocht (oedeem) in de halsregio. Ongeveer de helft van de paarden overlijdt aan deze vorm van APP.

De gemengde vorm komt het meest voor in Afrika. De symptomen zijn een combinatie van bovenstaande. Maar vaak treedt klinisch één soort meer op de voorgrond dan de andere. Ongeveer 70% van de paarden overlijdt aan deze vorm.

De koortsvorm is de meest milde vorm van APP en kan ook ongemerkt verlopen. Deze vorm komt vaak voor bij ezels, zebra’s en gevaccineerde paarden. De incubatietijd is 5 tot 9 dagen, waarna deze dieren een 4 tot 5 dagen durende koortsperiode hebben.

Op dit moment komt APP niet voor in Europa en om dit zo te houden, heeft de EU regels verbonden aan de im- en export van paardachtigen. Er mogen bijvoorbeeld geen paardachtigen worden geïmporteerd uit met APP besmette gebieden. Maar het risico van introductie van deze ziekte blijft bestaan. Alertheid is daarom geboden. Voor een mogelijke uitbraak van APP heeft het ministerie een conceptbeleidsdraaiboek gemaakt. Bij een uitbraak dient voorkomen te worden dat een dier gestoken wordt door een besmette Culicoides. Dit kan door het paard op te stallen in een gesloten stal. Voor de bestrijding kan ringvaccinatie worden toegepast om de uitbraak binnen de perken te houden. Dit vaccin is verboden om te gebruiken in Nederland. Een gevaccineerd paard is via bloedonderzoek niet te onderscheiden van een besmet paard. En aangezien op dit moment het beleid bij een uitbraak nog ‘stamping out’ is, is het wel belangrijk dat dit onderscheid gemaakt kan worden. Daarnaast is dit vaccin nog niet veilig genoeg. Er bestaat een risico dat het verzwakte virus in het vaccin gaat uitgroeien tot een volwaardig APP-virus en 10% van de paarden overlijdt na een vaccinatie.

longvorm_app

Longvorm / dunkopvorm

hartvorm_app

Hartvorm / dikkopvorm

culicoides_imicola

Culicoides imicola

zwerm_culicoides

Zwerm Culicoides

West Nile Virus
Het West Nile Virus (WNV) is een virus die door muggen (Culex soorten) wordt overgebracht. Dit virus komt voor in Afrika, Oost-Azie, Noord- en Zuid-Amerika en delen van Europa. In 2008 is het nog aangetoond in Noord-Italie en Oostenrijk. WNV is dus wel degelijk een bedreiging voor Nederland. WNV is niet aangifte- en bestrijdingsplichtig. Dit komt doordat zowel paarden als mensen ‘dead end hosts’ zijn. Dat wil zeggen dat de vermeerdering in het paard en de mens zo laag is, dat een mug zich bij het steken niet kan besmetten met het WNV. Maatregelen ten aanzien van paarden in de bestrijding van WNV hebben hierom dus geen zin. Het virus vermeerdert zich in wilde vogels. De vogels zijn een belangrijk reservoir voor het WNV. De mug dient als een brugvector tussen de besmette vogels en de paarden en mensen. Paarden en mensen kunnen elkaar onderling niet besmetten. Om besmet te raken moeten ze gestoken worden door een besmette mug. Zowel via de vogels als via de muggen kan het WNV in Nederland geïntroduceerd worden.

Een infectie met WNV kan volledig symptoomloos verlopen, maar een paard kan ook duidelijke symptomen vertonen. De symptomen kunnen bestaan uit lage koorts (38.5 tot 39.5 °C), niet willen eten, sloom zijn en koliek. Het paard kan ook neurologische symptomen laten zien. Dit kan zich dan uiten in apart lopen, kreupelheid, veranderd gedrag of spiertrillingen. Die spiertrillingen worden voornamelijk rond de ogen gezien. De neurologische verschijnselen kunnen ook ernstiger van aard worden. Het paard kan atactisch gaan lopen, maar kan ook eenzijdig of beiderzijds verlamd raken.
Bij bovenstaande neurologische verschijnselen dienen we natuurlijk nog steeds te blijven denken aan de mogelijkheden van een rhino-infectie, botulisme, trauma of een bacteriële hersenvliesontsteking. Maar als we de neurologische symptomen bij een paard niet goed kunnen verklaren, dan is het zaak om bloedonderzoek te doen om het WNV op te sporen. Hoe eerder bekend is dat er WNV in Nederland is, hoe beter voor de paardenpopulatie, maar ook hoe beter voor de volksgezondheid.

Ter preventie van WNV kan het paard worden ingeënt. Het Fort Dodge vaccin is geregistreerd in Nederland. Dit vaccin voldoet goed in Amerika. Het besmettingsniveau is een stuk teruggedrongen in Amerika, sinds er wordt geënt tegen WNV.

culex

Het Culex mugje. Vector van WNV

WNV_neurologisch

Paard met neurologische verschijnselen
als gevolg van het West Nile Virus

Equine Infectieuze Anemie
Equine infectieuze anemie virus (EIAV) is een virus die behoort tot de familie van het HIV. Het wordt overgebracht door bloedzuigende insecten, zoals dazen en soms ook stalvliegen. Het virus vermeerdert zich niet in de insecten zelf, maar zit in het bloed wat aan hun steekmechanisme blijft kleven. Door korte tijd na het steken van een besmet paard een gezond paard te steken, brengen ze het virus over. Ook kan het virus op dezelfde manier worden overgedragen door besmette naalden.
Als paarden meer dan 180 meter uit elkaar staan, is de kans zeer klein dat ze de aandoening overbrengen.

Van de ziekte EIA zijn 3 vormen te onderscheiden

  • Acute vorm
  • Chronische vorm
  • Symptoomloze drager

De acute vorm heeft een incubatietijd van 5 tot 30 dagen. Er treedt dan koorts, sloomheid, gebrek aan eetlust en thrombocytopenie (te weinig bloedplaatjes in het bloed) op. Vaak worden deze verschijnselen niet echt opgemerkt. Een enkel paard overlijdt in deze fase. Na deze acute fase wordt een deel van de paarden symptoomloos drager.

De meeste paarden zullen steeds weer terugkerende koortsperiodes van 3 tot 5 dagen met sloomheid en verminderde eetlust gaan doormaken. Na een tijdjes zal er steeds langere tijd tussen die koortspieken gaan zitten en uiteindelijk worden ze ook symptoomloos drager.

Maar als de koortsperiodes heftig zijn en elkaar snel opvolgen, dan zal het paard gaan slijten. Het paard vertoont dan de chronische vorm. Deze vorm heeft de volgende symptomen: vermageren, zucht onder de buik, volle benen, bleke slijmvliezen, geelzucht en puntbloedingen in het slijmvlies.

De symptoomloze dragers gaan pas weer uitscheiden als de paarden in een stressvolle situatie terecht komen of behandeld worden met corticosteroïden.

Voor EIA is geen vaccin beschikbaar. Besmette paarden zijn niet te genezen van EIA. Als ze lijdende zijn aan de acute of de chronische vorm van EIA, kunnen ze alleen ondersteunende therapie krijgen in de vorm van ontstekingsremmers, antibiotica tegen secundaire bacteriële infecties, bloedtransfusies bij bloedarmoede, volgelopen benen met koud water afspuiten en vermindering van stress.

EIA is een aangifteplichtige ziekte, maar is niet bestrijdingsplichtig. De Europese handelsrichtlijn is erop gericht dat de lidstaten elkaar vrijwaren van EIA. Dus ze mogen geen besmette paarden exporteren. Als er in Nederland een EIA positief paard wordt gesignaleerd, dan zullen de maatregelen erop gericht zijn om andere lidstaten te vrijwaren. Het bedrijf waar het besmette dier staat, zal geblokkeerd worden. Om de vrije handel te kunnen waarborgen, zal overwogen worden om het besmette dier te euthanaseren. Het besmette dier blijft namelijk levenslang drager en dus een gevaar voor gezonde paarden in zijn omgeving.

De diagnose kan door middel van bloedonderzoek (Coggins-test) worden gesteld.

daas

Daas

WNV_neurologisch

Chronische vorm van EIA:
mager paard