DE GEBOORTE VAN HET VEULEN

Elke keer is de geboorte van een veulen weer spannend, of u nu een doorgewinterde fokker bent of niet. “Zal alles wel goed gaan?” zult u zich afvragen. In de meeste gevallen geeft de geboorte weinig problemen. Het is echter wel belangrijk om te kunnen signaleren wanneer het niet goed gaat. Want als de bevalling niet goed vordert zal er met spoed een dierenarts bij moeten komen.

De bevruchting
Voordat er een veulen wordt geboren, is er al een heel traject afgelegd. Het begint met het uitzoeken van een geschikte hengst voor de merrie. Vervolgens zal de merrie worden bevrucht door middel van kunstmatige inseminatie of via natuurlijke dekking. Meer hierover kunt u volgende maand lezen. Drachtcontrole vindt meestal plaats op 18 en 35 dagen na de eisprong en rond de 3 maanden.

Draagtijd
De merrie draagt gemiddeld 330 dagen (11 maanden), maar een dracht van een jaar is zeker geen uitzondering. Merries die overdragen hebben geen groter risico op een te groot veulen. Ze hebben juist vaker een kleiner veulen. Dergelijke veulens blijven langer zitten, omdat ze blijkbaar nog niet klaar zijn om geboren te worden. Opwekken van de geboorte bij dergelijke merries is daarom ook geen goed idee.

Voorbereiding
Een drachtige merrie moet op de juiste wijze gevoerd worden en voldoende beweging krijgen. Een goede lichamelijke conditie is van belang voor een vlotte geboorte en een sterk veulen. Om een veulen zoveel mogelijk afweerstoffen via de biest te laten krijgen, is het verstandig om de merrie ongeveer 4-6 weken voor de geboorte (extra) te vaccineren tegen influenza en tetanus. Daarnaast dient de merrie, indien mogelijk, al geruime tijd voor de te verwachten veulendatum in de box te worden geplaatst, waar ze ook zal veulenen. Zo kan de merrie ook antistoffen maken tegen de daar heersende kiemen, die ze via de biest aan het veulen door zal geven. Tevens geeft het rust als de merrie gaat veulenen in een omgeving die ze al kent. De box moet ruim, goed verlicht en schoon zijn. Wanneer de vulva (de kling) van een merrie is dichtgezet, dan kan ze op twee manieren worden geopend. Ongeveer 10-14 dagen voor de uitgerekende datum kan ze met een locale verdoving worden opengeknipt door een dierenarts. De tweede optie is om haar in te knippen op het moment dat de pootjesblaas naar buiten komt. Dit kan dan zonder verdoving, omdat de vulva tijdens de uitdrijving gevoelloos is. Zaak is wel om er op tijd bij te zijn, want anders kan de vulva ernstig beschadigd worden. Overleg van tevoren wel met uw dierenarts hoe u moet knippen. Want als u scheef knipt, dan voelt de merrie het wel. Aangezien de geboorte van een veulen heel snel kan gaan en ook wel eens gemist wordt, gaat de voorkeur ernaar uit om de merrie van tevoren te laten inknippen.

De drachtige merrie kan volgens hetzelfde schema ontwormd worden als toen ze niet drachtig was, eventueel een keer extra een week voordat ze de schone veulenbox ingaat. Vraag uw dierenarts welk middel geschikt is voor drachtige merries.

De geboorte
Als de uitgerekende datum daar is, zal de merrie vaker in de gaten gehouden moeten worden. Een geboorte bij een paard is echter heel moeilijk te voorspellen. Merries kunnen gerust twee weken “te vroeg” een volgroeid veulen brengen, maar ze kunnen dus ook zonder problemen 3-4 weken overdragen. Er zijn wel een aantal voortekenen waarmee we het tijdstip van de geboorte proberen te voorspellen. In de meeste gevallen zal het uier van de merrie korte tijd voor de geboorte volschieten en zal de merrie gaan kegelen (harsdruppels aan de tepels).

geboorte_veulen3

Harsdruppels aan het uier

Soms loopt de biest al voor de geboorte uit het uier. Als dit veel is, dan is het verstandig om dit op te vangen en in te vriezen. Het veulen mist anders de voor hem heel belangrijke antistoffen uit de biest. Mocht het niet lukken om de biest op te vangen, dan kan een plasma-infuus bij het veulen het tekort aan antilichamen aanvullen.

Naast de veranderingen aan het uier, is de merrie kort voor de geboorte vaak ook onrustig. Een groot deel van de merries zal ook gaan zweten, maar dan is de geboorte meestal al aan de gang. Blijf echter bedenken dat de merrie het liefst wacht tot het rustig is op stal. Zodra de oppasser de merrie de rug toekeert om bijvoorbeeld in huis te gaan, kan zij in zeer korte tijd de voorbereidende ontsluitingsfase en de uitdrijvingsfase doorlopen. Er zijn vele soorten geboortebewakingssystemen die de geboorte trachten aan te kondigen, zodra de merrie de eerste verschijnselen vertoont.

Welk systeem het beste is, is afhankelijk van de situatie en de persoonlijke voorkeur. Geen enkel systeem is 100% betrouwbaar. Het dient als aanvullend hulpmiddel tijdens het waken.

Alvorens we verder op de geboorte ingaan, is het goed om te weten dat de merrie in principe prima in staat is de klus zelf te klaren. In eerste instantie is het het beste om de merrie op gepaste afstand in rust te observeren. Een normale geboorte duurt ongeveer 30 minuten.

Normale geboorte
Een normale geboorte bestaat uit 3 fasen. De eerste fase is de ontsluitingsfase, hierna volgt de uitdrijvingsfase en de laatste fase is de nageboortefase. Tijdens de ontsluitingsfase verslapt de baarmoedermond en trekt de baarmoeder samen. Hierdoor zal de baarmoedermond gaan ontsluiten. Tijdens dit samentrekken van de baarmoeder zal de merrie onrustig gedrag vertonen: krabben, staan/liggen, plat liggen, vaker mesten en rondjes draaien. Het gaan staan en liggen van de merrie, wat lijkt op koliek gedrag, is belangrijk. Hierdoor draait het veulen in de baarmoeder van rugligging naar buikligging. Tijdens de dracht ligt het veulen op zijn rug, terwijl het tijdens de geboorte via buikligging geboren moet worden. Dit proces duurt ongeveer 15 minuten. Door de toenemende druk van de samentrekkende baarmoeder zal de buitenste blaas, de waterblaas, ter plaatse van de baarmoedermond breken. Bij het naar buiten komen van het op urine lijkende vruchtwater eindigt de ontsluitingsfase en gaan we over in de uitdrijvingsfase.

geboorte_veulen4

Normale positie veulen tijdens begin van de uitdrijvingsfase

Kort na het vrijkomen van het vruchtwater zien we de witgekleurde vruchtblaas (pootjesblaas, voetpok) verschijnen.

geboorte_veulen5

De vruchtblaas met daarin de voorbeentjes al zichtbaar

Snel daarna zien we de voorbeentjes. Het is normaal als het ene beentje voor het andere ligt. Het tweede voorbeentje wordt zichtbaar halverwege de pijp van het eerste beentje. Zoniet, dan moet met schone (!) handen gevoeld worden of het tweede beentje en het hoofdje er wel aan komen. Als dit niet het geval is, dan moet met spoed de dierenarts gebeld worden.

Als beide beentjes zichtbaar zijn, zal spoedig het neusje ook te zien zijn.

Meestal gaat de merrie nu liggen, als ze al niet lag. Vervolgens worden het hoofdje en de borstkas geboren. Als het hoofdje geheel geboren is en het zit nog in de vliezen, dan kan nu de merrie rustig benaderd worden om het vlies rondom de neus van het veulen te verwijderen. Nadat ook de achterhand van het veulen eruit is geperst, blijft de merrie vaak nog rustig liggen met de achterbenen van het veulen in de schede. Op zo’n moment krijgt het veulen nog een flinke hoeveelheid bloed via de nog intacte navelstreng. Het is dus belangrijk om de merrie met rust te laten en niet overeind te jagen.

geboorte_veulen6

Het veulen ligt met de achterbenen in de schede. Via de nog
intacte navelstreng krijgt het veulen nog een flinke hoeveelheid bloed.

Als de merrie vervolgens uit zichzelf opstaat, zal de navelstreng op een speciaal door de natuur gemaakte insnoering in de navelstreng scheuren en knijpen de bloedvaten uit zichzelf samen. De navelstreng moet dus niet worden doorgeknipt. Controleer of de navelstreng niet meer bloedt en desinfecteer het met jodium. Kom zo weinig mogelijk met de vingers aan de navelstreng.

Abnormale geboorte
Als er, ondanks persen van de merrie, gedurende 10 minuten geen vooruitgang wordt geboekt in het geboorteproces dient een dierenarts te worden gebeld. Wanneer er geen vruchtdelen in de geboorte weg te voelen zijn, dan kunnen we bijvoorbeeld te maken hebben met een dwarsligging. Dit komt voornamelijk voor bij Friezen. Als het veulen nog leeft, dan is een dwarsligging een indicatie voor een keizersnee. Dwarsliggingen zijn namelijk nauwelijks tot niet goed te leggen. Maar als het veulen al dood is en het is goed bereikbaar, dan kan worden overwogen om een foetotomie toe te passen. Hierbij wordt het veulen met een draadzaag in gedeelten eruit gehaald. Ook bij een veulen met een waterhoofd wordt deze techniek vaak toegepast. Het bespaart de merrie een keizersnee en de daarbij behorende risico’s. Een andere reden om met spoed een dierenarts te laten komen, is wanneer u in plaats van de witte pootjesblaas, een rode blaas met in het midden een witte ster naar buiten ziet komen. Op dat moment laat namelijk de placenta al los en krijgt het veulen minder zuurstof. Dit is dus een levensbedreigende situatie voor het veulen. Het veulen moet snel geboren worden. Voel inwendig of u door de rode blaas (met de herkenbare witte ster in het midden) heen het veulen kunt voelen. Is dit het geval, dan kunt u deze blaas breken en het veulen naar buiten begeleiden op een perswee van de merrie. Laat u in een dergelijk geval telefonisch begeleiden door uw dierenarts, terwijl hij/zij onderweg is naar u toe. Tijdens de uitdrijving van het veulen kan het voorkomen dat de zooltjes van het veulen omhoog gericht zijn. Dit kan twee dingen betekenen. Het veulen kan achterstevoren liggen of het ligt wel in kopligging, maar dan op de rug. Tijdens het voelen naar de exacte ligging is het uiterst belangrijk om dit onderscheid te kunnen maken. Een elleboog van een op zijn rug liggend veulen kan namelijk voor een leek hetzelfde aanvoelen als een hakje van het achterbeen. Uit het bovenstaande kunnen we concluderen, dat zodra een geboorte niet vlot verloopt, er direct een dierenarts moet worden gebeld. ‘Even aankijken’ past niet bij de geboorte van een veulen. De dierenarts zal u over de telefoon vertellen wat u met de merrie moet doen tot hij of zij is gearriveerd.

De nageboorte
Zodra het veulen is geboren, begint de nageboortefase, de laatste fase van de geboorte. Meestal zal de nageboorte er binnen een half uur tot een uur af zijn. De nageboorte dient te worden gecontroleerd op volledigheid. De nageboorte bestaat uit twee vruchtvliezen, de waterblaas en de vruchtblaas. De vruchtblaas is het wittige vlies, wat rechtstreeks om het veulen zat. Hieromheen zat in de baarmoeder de waterblaas. Deze blaas maakte contact met de baarmoederwand. Als de waterblaas er volledig af is, dan is automatisch ook de vruchtblaas volledig afgekomen.
De waterblaas is het dikkere vlies, welke aan de veulenzijde blauwroze en glad is. De zijde die verbonden was met de baarmoeder is bloederig rood. Dit vlies heeft als het helemaal is uitgelegd de vorm van een broek met twee broekspijpen die dicht zitten. Het is heel belangrijk dat die uiteinden compleet zijn. Als het topje mist, dan kan dat in de merrie zijn achtergebleven. Dit geeft ernstige problemen. Er mag maar één opening in zitten en dat is waar veulen door is gekomen.
Na de controle op volledigheid, kan de nageboorte in een emmer of plastic zak worden bewaard, zodat de dierenarts deze ook nog kan controleren.
Soms treffen we bij de nageboorte nog wat andere dingen aan, zoals het veulenbroodje of een kraakbeenbolletje. Het veulenbroodje bestaat uit gekristalliseerde afvalstoffen. Het kraakbeenbolletje is een stevig bolletje die van binnen bestaat uit met vocht gevulde holtes. Het is een restant van de oorspronkelijke dooierzak.

geboorte_veulen7

Het veulenbroodje. Hier doorgesneden.

geboorte_veulen8

De placenta. Bovenaan de restanten van de vruchtblaas met de navelstreng. Onderaan de binnenstebuitengekeerde waterblaas. Let op de dichte ‘broekspijpen’ (smalle pijlen) en de enige opening, waar het veulen door is gekomen (brede pijl).

geboorte_veulen9

De placenta. Deze zijde van de waterblaas heeft aan de baarmoederwand vastgezeten
en is bloederig rood van kleur.

geboorte_veulen10

Close-up van de opening in de waterblaas waar het veulen is doorgekomen. Duidelijk zichtbaar is de witte ster. Dit is de plek waar de waterblaas aan de baarmoedermond heeft vastgezeten en dit is de plek die breekt tijdens het uitdrijven van het veulen.

geboorte_veulen11

Dooierzakrestant. Via het strengetje heeft deze bal vastgezeten aan de navelstreng. Dit is niet, zoals wel gedacht wordt, een restant van een afgestorven vrucht.

geboorte_veulen12

De nageboorte is er nog niet afgekomen. Om te voorkomen dat het afscheurt, kan het buitenhangende deel van de placenta worden opgeknoopt.

Als de nageboorte langer dan 2 uur blijft hangen, dan is het verstandig om de dierenarts te bellen. In de tussentijd kan de nageboorte worden opgeknoopt om te voorkomen dat de merrie erop gaat staan. Zelf trekken aan de placenta moet ook vermeden worden. Trekkracht op een vastzittende placenta geeft namelijk kans op inwendige bloedingen of op een achterblijvend stukje placenta. Het buitenhangende deel van de nageboorte mag niet worden afgeknipt. De controle op volledigheid van de nageboorte wordt dan bemoeilijkt. Het restant glijdt terug in de baarmoeder en zal op deze manier buiten het zicht komen. Ook vervalt dan de positieve werking van de zwaartekracht op het afkomen van de placenta. Het is belangrijk dat de nageboorte 6 uur na de geboorte er af ìs. Anders dan bij koeien kan de merrie al na korte tijd ernstig ziek worden van een placenta die nog in de baarmoeder aanwezig is. Ze kan bloedvergiftiging krijgen, hoefbevangen raken en/of koliek krijgen. De naweeën op de nageboorte kunnen onrust geven bij een merrie. Deze onrustverschijnselen zullen snel verdwijnen. Als dat niet zo is, dan moet de dierenarts worden gewaarschuwd, aangezien er inwendig iets aan de hand kan zijn.

Het pasgeboren veulen
Het is van essentieel belang dat een veulen kort na de geboorte de eerste biest binnenkrijgt. Hierin zitten afweerstoffen, die het pasgeboren veulen nog niet heeft. Het liefst dient dit te gebeuren binnen 2 uur, maar zeker binnen 6 uur. Eventueel eerder opgevangen en ingevroren biest kan au bain marie worden opgewarmd (niet laten koken en niet in de magnetron). Gedurende de eerste 24 uur worden de antistoffen uit de biest via de darmen rechtstreeks opgenomen in het bloed. Daarna sluiten de darmen zich voor deze antistoffen en geven de antistoffen alleen nog locale weerstand in de darmen zelf. In een enkel geval geeft een merrie te weinig melk (en dus te weinig biest). De dierenarts kan de merrie een injectie geven om de melk te laten schieten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij nerveuze, jonge merries, die wel over voldoende melk beschikken, maar het niet willen laten schieten. Als er echter sprake is van onvoldoende productie, dan zal de merrie een melkgiftstimulerend medicijn kunnen krijgen in tabletvorm (Domperidon).

Een ander probleem kort na de geboorte is wanneer de merrie het veulen niet wil accepteren. Naast het sederen van de merrie, bestaan er medicijnen voor de merrie in tabletvorm (Dogmatil) die bijdragen aan de acceptatie van het veulen. Mochten er om wat voor reden ook twijfels zijn of een veulen voldoende biest heeft gehad, dan kan tussen de 18 en 24 uur na de geboorte een bloedje van het veulen worden genomen om het antilichaamniveau in het bloed te bepalen. Is dit te laag, dan kunnen deze veulens een plasma-infuus krijgen. Hierin zitten veel antilichamen, die het veulen door middel van het infuus rechtstreeks in het bloed krijgt. Problemen bij veulens zoals een gewrichtsinfectie (‘lidziekte’) zijn vaak terug te voeren op onvoldoende biestvoorziening. De infectie met de bacterie vindt meestal plaats via de navel.

Door het pasgeboren veulen goed te observeren, kan men vroegtijdig problemen onderkennen. De ontwikkeling van het veulen gedurende de eerste levensuren ziet er grofweg als volgt uit.

  • Bij de geboorte heeft het veulen zijn ogen open en is de zuigreflex aanwezig
  • Ademen: binnen 20-30 seconden; binnen 1 minuut rustig en regelmatig
  • Schudden en optillen hoofd: binnen 1.5 minuut
  • Borstligging: na ongeveer 5 min.
  • Staan: na ongeveer 30 min.
  • Drinken: na 90 min.
  • Darmpek (eerste ontlasting): na ong. 2 uur, hier persen ze vaak op.
  • Urine: na 9 uur

Als er getwijfeld wordt aan de ontwikkeling van het veulen, dan kan als eerste de temperatuur worden opgenomen. Deze is bij een pasgeboren veulen tussen de 38.0 en 38.4 °C. Is de temperatuur lager, dan is het veulen te koud. Het veulen zal slomer worden en minder gaan drinken. Het dier komt zo in een negatieve spiraal terecht. Een onderkoeld veulen is als volgt te herkennen: het ligt opgerold, haren overeind en rillen. Zo’n veulen moet onder de warmtelamp worden gelegd en de merrie dient te worden uitgemolken. Deze melk kan dan via een fles aan het veulen worden gegeven. Het veulen moet wel zelfstandig kunnen zuigen en slikken. Als het veulen dat niet kan, dan bestaat de kans op een versliklongontsteking. De melk kan in dat geval het beste door een dierenarts via een sonde aan het veulen worden gegeven. Het tijdig geven van afweerstoffen en energie blijft erg belangrijk. Maar bij de geringste twijfel over de toestand van het veulen, dient direct een dierenarts geraadpleegd te worden.

geboorte_veulen13

De eerste kennismaking. Rust is nu erg belangrijk voor een goede acceptatie van het veulen.

Ook als alles goed lijkt te zijn gegaan is het raadzaam om op de eerste levensdag van het veulen de dierenarts te laten komen. Deze kan dan het veulen de veulenspuit geven, maar zal daarnaast ook de merrie, het veulen en de nageboorte controleren. De veulenspuit bestaat meestal uit tetanusserum en een langwerkend middel tegen bacteriën. Vervolgens kan de dierenarts u ook adviseren over het ontwormschema van het veulen en de merrie en over het weer drachtig worden van de merrie. Als de merrie en het veulen de geboorte goed lijken te hebben doorstaan, dan is vooral rust in de stal belangrijk. Dit zal de moeder-kindbinding alleen maar ten goede komen.

Omtrent de voeding van het veulen dat te weinig drinkt of waarvan de moeder geen melk kan geven (moederloze veulens) kunt u terecht op de website van de Pavo.