GEBITSPROBLEMEN BIJ HET PAARD

Het paard is een planteneter. Zowel zijn gebit als zijn darmstelsel zijn daarop gebouwd. Paarden die dag en nacht in de wei staan, zoals in de natuur, eten en lopen het grootste gedeelte van de dag. Zo ontstaat er een gelijkmatige afslijting van het kauwoppervlak van de kiezen. Veel paarden worden een groot gedeelte van de dag op stal gehouden en gemiddeld drie keer per dag gevoerd. Als ze dan ook nog op zaagsel staan in plaats van op stro, dan heeft dat consequenties voor de afslijting van het gebit.
Door een verminderde en onregelmatige afslijting kunnen er veranderingen in het gebit ontstaan, bijvoorbeeld haken. Dit veroorzaakt pijn. Hierdoor gaat een paard afwijkend malen, waardoor de slijtage nog onregelmatiger wordt. Hiermee is het paard in een vicieuze cirkel beland. Om te voorkomen dat dit gebeurt, is het belangrijk in ieder geval één maal per jaar het gebit te laten nakijken en behandelen. Dit kan bijvoorbeeld gecombineerd worden met de jaarlijkse vaccinatie: een soort check-up om problemen te voorkomen. Bedenk namelijk dat er een categorie paarden is, dat geen uiting geeft aan de gebitsproblemen die het wel ondervindt. Deze paarden lijden in stilte.

gebit_paard2

Scheve beet van de snijtanden

Paarden die wel uiting geven aan pijn in de mond, kunnen dat op verschillende manieren doen.

Zo kunnen ze tijdens het rijden problemen vertonen zoals:

  • Aanleuningsproblemen
  • Scheve hoofdhouding
  • Niet willen inbuigen
  • Meer verzet (in vorm van bokken, steigeren, hoofd omhoog gooien) op de ene hand dan op de andere hand
  • Mond openen tijdens het rijden

Er zijn natuurlijk meerdere factoren die deze rijtechnische problemen kunnen veroorzaken, maar bij het waarnemen van bovenstaande problemen is het verstandig om het gebit te laten nakijken. Voor een goede beoordeling van het hele gebit is een mondklem nodig.

Naast rijtechnische problemen kunnen paarden ook tijdens het eten afwijkingen vertonen zoals:

  • Proppen maken
  • Spelen met voer en eten uit de mond laten vallen
  • Hamsteren
  • Stinken uit de mond of stinkende neusuitvloeiing
  • Zwelling of fistelvorming aan de kaken
  • Onverteerde mest
  • Vermageren en doffe vacht
  • Koliek

Deze paarden hebben vaak al langere tijd een probleem in de mond, soms al wel jaren.

Welke problemen kunnen we onder andere vinden bij het paardengebit? Hieronder kunt u een samenvatting lezen van de meest voorkomende afwijkingen aan het paardengebit.

Snijtanden

Aangeboren over- of onderbeet: dit zien we nog wel eens een keer bij mini-ponies. Soms wordt er nog wel eens geprobeerd om dit te corrigeren met een beugel van speciaal draad al dan niet gecombineerd met een bijtplaat. Ook na correctie heeft dit gebit blijvend extra aandacht nodig, aangezien in het geval van een overbeet, vaak de hele bovenkaak ten opzichte van de onderkaak is verschoven. Hierdoor ontstaan er haken op de voorste kiezen van de bovenkaak en op de achterste kiezen van de onderkaak.

gebit_paard1

Veulen met ernstig gedraaide bovenkaak

Aangeboren gedraaide neus: Hierbij is de neus naar één kant afgebogen. Hierdoor sluiten de snijtanden niet meer goed op elkaar aan. Het kan te maken hebben met een afwijkende ligging in de baarmoeder. Bij een lichte afbuiging is het mogelijk om het beheersbaar te maken met behulp van regelmatige gebitsbehandeling. Een ernstige afbuiging (zie foto) heeft een slechte prognose.

Scheve beet (zie foto), glimlach of frons: vaak duidt een dergelijke vorm van de snijtanden op een afwijkend kauwpatroon. Een dergelijk beeld van de snijtanden vraagt om een uitgebreide gebitsinspectie.

Scheve beet van de snijtanden

Fractuur van de tandkas: dit zie je vaak bij jonge paarden aan de onderkaak. Ze blijven dan bijvoorbeeld hangen in het traliewerk, waaruit ze zich met kracht losmaken. Er dient altijd getracht te worden om de tand met tandkas te redden. Dit kan door de tand met chirurgisch draad vast te zetten aan de andere tanden. Na ongeveer 6 weken kan dit draad weer verwijderd worden. Zo’n paard moet wel vervolgd worden in de jaren erna. Hiermee kun je de afgroei van de betrokken snijtand(en) volgen en eventueel corrigeren.

Kiezen

Scherpe glazuurpunten: dit zijn scherpe punten die zich aan de buitenzijde (wangzijde) van de kiezen van de boven kaak en aan de binnenzijde (tongzijde) van de kiezen van de onderkaak ontwikkelen. Deze punten ontstaan door een onvoldoende zijwaartse kauwbeweging. De glazuurpunten geven met name wondjes aan het wangslijmvlies, wat verergerd wordt door druk van het hoofdstel.

Voorste en achterste haak: vaak zien we een haak aan de voorste kies van de bovenkaak gecombineerd met een haak aan de achterste kies van de onderkaak. Dit komt omdat een gedeelte van het kauwvlak van deze kiezen, tijdelijk, voorbij het kauwvlak van de tegenoverliggende kiezen ligt. Vaak zien we dergelijke problemen rond het 7e / 8e levensjaar en rond het 13e / 14e levensjaar. Als gevolg van die haken zie je soms uitgebreide, pijnlijke laesies aan het slijmvlies in de mond.
Paarden met deze haken zullen, wanneer ze aan de teugel lopen, hun mond willen openen. Normaal is er namelijk sprake van een voorwaartse beweging van de onderkaak als het paard de aanleuning gaat opzoeken. Maar die haken belemmeren het paard in deze beweging, het paard staat als het ware “op slot” met zijn kaken. Om die beweging toch mogelijk te maken, wil hij zijn mond openen. Als de ruiter de neusriem strakker gaat zetten om dit te voorkomen, dan krijgt het paard bij het afbuigen van het hoofd een pijnlijke druk op het kaakgewricht.

Wolfskiesjes: niet elk paard heeft ze. Sommige hebben er ook maar eentje. Het is een zogeheten rudimentair kiesje. Ze zitten meestal alleen in de bovenkaak, vlak voor de kiezenrij. Ze hoeven geen problemen met rijden te geven. Maar om te voorkomen dat dat wel gebeurt, worden ze er bij jonge paarden vaak al uit gehaald vòòrdat ze beleerd worden. Kiesjes die ietwat los zitten en wat verder van de voorste kies van de kiezenrij afstaan, zijn vaak wel gevoelig bij aanraking. Het verwijderen van dergelijke kiesjes pakt meestal positief uit in rijtechnisch opzicht.


Blind wolfskiesje
: dit is een abnormaal wolfskiesje, die niet is doorgebroken. De ligging is vaak schuin naar voren gericht. Meestal ligt het kiesje ook verder naar voren in de kaak dan een normaal wolfkiesje. Het enige wat je voelt, is een verhard puntje met tandvlees eroverheen. Een blind wolfskiesje zorgt vaker voor problemen tijdens het rijden dan een gewoon wolfskiesje. Dit komt door zijn ligging en het feit dat er tandvlees over een scherp puntje heen ligt. Een goed onderzoek van de mond met mondsperder is ook in dit geval erg belangrijk.

gebit_paard

Verwijderen wolfskiesje met wortelheffer

Doppen: doppen zijn restanten van de melkkiezen. Normaal worden die kiezen er door de volwassen kies uitgedrukt. Maar soms blijven ze zitten. Aan de zijkant van deze doppen zitten scherpe punten, dit zijn de oude wortels van de melkkies. Deze punten kunnen in het tandvlees prikken wanneer de dop los zit. Ook kan er zich voedsel onder en rond zo’n dop verzamelen. Dit heeft dan vervelende ontstekingen van het tandvlees tot gevolg. Doppen kunnen op deze manier zowel tijdens het eten als tijdens het rijden problemen geven. Een dop kan echter pas verwijderd worden als hij ‘rijp’ is. Een te vroeg verwijderde dop kan schade geven aan de onderliggende volwassen kies, omdat die er nog niet klaar voor is om te worden blootgesteld aan voedsel. Een rijpe dop is te herkennen aan een donkere scheidingslijn tussen de dop en de volwassen kies.

Verhoogde kies / trapvormig gebit: een verhoogde kies ontstaat als de tegenoverligggende kies ontbreekt en de kies niet meer afgesleten wordt. Dit belemmert de normale kauwbeweging van het paard, omdat zo’n kies ver boven het normale kauwvlak uitsteekt. De oplossing is de kies vijlen en minimaal één maal per jaar het gebit laten behandelen.

Golfgebit: er is in de lengterichting van het kauwvlak een golf te zien, waarbij vaak meerdere kiezen naast elkaar te hoog zijn met er tegenover hetzelfde aantal kiezen die te laag zijn. De te hoge kiezen worden ingekort, waarna de lage kiezen de kans krijgen om door te groeien. Vaak zijn er meerdere behandelingen nodig om dit gebit te corrigeren.

Schaargebit: meestal zien we dit aan één kant in de mond. De hoek tussen de kauwvlakken is bij een schaargebit tussen de 25 en de 45 graden. Het ontstaat vaak door een probleem in de mond, waardoor het paard anders is gaan kauwen om de pijn te ontwijken. Met zo’n schaargebit kan een paard alleen nog maar op en neer kauwen. Aan de zijkant zijn de kiezen vaak extreem scherp. Het gevolg van dit alles is dat het paard het ruwvoer niet goed kan verwerken, met vermagering tot gevolg. Als een schaargebit al langer bestaat, is het lastiger te corrigeren.

Diastasen: een diastase is een opening tussen twee kiezen, waar zich voedsel in ophoopt. Vooral bij het voeren van kuil geeft dit problemen. Dit opgehoopte voedsel geeft een pijnlijke druk op het tandvlees en er ontstaat een infectie. Het tandvlees trekt zich terug, waardoor er diepe pockets ontstaan, waar je soms zo met het topje van je vinger in kunt. Als de infectie verder opkruipt kun je ook een voorhoofdsholte-ontsteking krijgen of een fistel aan de onderkaak. Op de tegenoverliggende kiezenrij kan er een kam ontstaan precies tegenover de diastase. Deze kam perst het voedsel nog verder samen. Meestal zitten de diastasen tussen de kiezen in de onderkaak. De behandeling bestaat uit het in balans brengen van het totale kauwopppervlak, de kam eraf vijlen, schoonmaken en uitboren van de ruimtes. Hierdoor wordt de opening groter, zodat het voedsel niet meer op kan hopen. Dergelijke paarden gedijen het beste in de weide. In de winterperiode mogen deze paarden na de behandeling geen kuil meer. Kuil zorgt door de zuurtegraad en de consistentie eerder voor ontstekingen. De voorkeur gaat uit naar hooi.

Als ze binnen een maand na behandeling niet voldoende opknappen, dan worden ze opnieuw bekeken. Ook zal dan worden geadviseerd om ze van het ruwvoer af te halen en alleen nog maar speciale slobber te geven, om zo het tandvlees de mogelijkheid te geven om te herstellen.

Diastasen bij oudere paarden worden voornamelijk veroorzaakt door verkeerd geplaatste kiezen. Dit zijn bijvoorbeeld kiezen die scheef staan of die buiten de rij geplaatst zijn. Dit is dan een blijvend probleem. Deze paarden dienen minimaal tweemaal per jaar bijgewerkt te worden.
Diastasen komen ook steeds vaker voor bij jonge paarden. Deze enters, twenters en soms driejarigen vermageren en worden dor in de vacht, terwijl de rest van de opfokgroep floreert. Meestal maken ze proppen, maar als ze een dergelijk uiterlijk krijgen zonder dat ze proppen maken, dan is het toch zaak om het gebit goed na te kijken met een mondklem.
Als er een diastase naast een melkkies zit, dan lost zich dat vaak op als het paard wisselt en is het een tijdelijk probleem. Naar gelang de ernst van de ontsteking wordt dan besloten welke behandeling ingezet wordt.
Maar als er bij jonge paarden diastasen tussen de laatste volwassen kiezen zitten in combinatie met duidelijke ontsteking van het tandvlees, dan is het belangrijk om ze te behandelen en extra bij te gaan voeren. Na 3-4 weken vindt er een hercontrole plaats om het herstel te beoordelen. Als het herstel voorspoedig gaat, dan zal het paard ook snel weer aankomen in gewicht. Deze paarden moeten wel goed vervolgd worden.

Vòòrdat ze de weide ingaan, moeten ze nog een keer gecontroleerd en behandeld worden. De meeste jonge paarden groeien er overheen, maar sommige blijven er de rest van hun leven last van houden. Diastasen geven niet alleen problemen met de conditie, maar door de pijn veroorzaken ze ook rijtechnische problemen.

gebit_paard4-400

Vermagering als gevolg van diastasen

gebit_paard5
gebit_paard6
gebit_paard7
gebit_paard8

Veel van bovenstaande problemen zijn te voorkomen met een preventieve gebitsbehandeling. Afwijkingen in het beginstadium kunnen vaak makkelijker behandeld worden. Naast de jaarlijkse vaccinatie zou de jaarlijkse check van het gebit ook gemeengoed moeten worden.