HUIDAANDOENINGEN BIJ HET PAARD

Kale plekken, jeukende plekken, schilferige plekken, dikke bulten en ‘beestjes’ op de huid, we komen ze regelmatig tegen bij het paard. Maar wat kan de oorzaak zijn van wat we zien?
We kunnen onderscheid maken tussen infectieuze aandoeningen en niet-infectieuze aandoeningen van de huid. Hieronder worden de huidaandoeningen genoemd die het meest frequent bij paarden worden gezien.

Infectieuze huidaandoeningen
Niet- infectieuze huidaandoeningen
  • Schimmelinfecties van de huid
    • Trichophyton equi
    • Microsporum canis
  • Bacteriële infecties van de huid
    • Dermatophilus congolensis
  • Virale infecties van de huid
    • Papillomavirus
  • Parasitaire infecties van de huid
    • Mijten
      • Chorioptes
      • Sarcoptes
    • Luizen
  • Staart- en maneneczeem
  • Nodulaire necrobiose
  • Ziekte van Cushing
  • Drukplekken
  • Fotosensibiliteit
  • Urticaria
  • Vitiligo
  • Urineus eczeem
  • Alopecia
  • Melanomen

INFECTIEUZE HUIDAANDOENINGEN

Schimmelinfectie uit zich vaak op de huid als kleine, ronde, asbestgrijze plekken op de huid. In de volksmond wordt een schimmelinfectie ook wel ringworm of ringschurft genoemd. De aangedane plekken bevinden zich vaak daar waar het harnachement zit.

Het begint als bultjes met opstaande haren. Vervolgens vallen die haren uit en ontstaan er grijzige korstjes. Vanuit het midden van de plek gaat de huid weer genezen, terwijl het zich ondertussen naar buiten toe verder uitbreidt. Hierdoor krijg je de typisch ronde laesies. Een paard met een schimmelinfectie heeft geen jeuk.

Een schimmelinfectie is uiteindelijk zelflimiterend. Dit houdt in dat het ook zonder behandeling vanzelf overgaat. Maar om te voorkomen dat de infectiedruk in de omgeving teveel stijgt en om te voorkomen dat het paard teveel laesies gaat krijgen, is het toch verstandig om het paard te behandelen. Daarnaast is een schimmelinfectie ook een zoönose. Dit houdt in dat de ziekte van dier op mens kan overgaan (en andersom). Een paard wat een schimmelinfectie heeft doorgemaakt, is vaak voor de rest van zijn leven beschermd.

P_huid-1

Schimmelinfectie ter plaatse van de singel

Een behandeling bestaat uit het isoleren en het (totaal) wassen van de patiënt met een antischimmelmiddel (Imaverol® of Mycophyt®). Daarnaast dient ook het poetsgerei, het hoofdstel, zadeldekje, singel en de dekens met het antischimmelmiddel behandeld te worden. De omgeving kan gereinigd worden met Halamid®. De omgeving helemaal vrij maken van schimmel is moeilijk.

P_huid-2
Sac

Verschillende typen sarcoïden

Dermatophilose is beter bekend als regenschurft. Ook dit is geen echte schurft, maar een bacteriële huidinfectie. De bacterie Dermatophilus dringt door de huid heen bij verweking van de huid. Deze verweking ontstaat bij lange regenperiodes. Het treft vaak de paarden die al een iets mindere weerstand hadden. Ook kan dermatophilose ontstaan als het paard te vaak gewassen wordt. Zijn natuurlijke waslaagje wordt dan verwijderd, waardoor de huid kwetsbaar wordt.

Regenschurft kenmerkt zich door korsten op de huid. De onderzijde van deze korsten zijn vaak nat en bedekt met pus. Ook steken de haren er aan de onderkant doorheen.

De behandeling bestaat uit het opstallen en het wassen van het paard met betadineshampoo. Hierbij worden de korsten zoveel mogelijk verwijderd, nadat ze verweekt zijn met bijvoorbeeld vaseline. Korsten die nog niet ‘rijp’ zijn, kunnen een paar dagen later met betadineshampoo verwijderd worden. Geadviseerd wordt om niet vaker dan twee tot driemaal per week te behandelen met betadineshampoo.

Als de paarden er erg ziek van zijn of als er grote stukken huid zijn aangedaan, dan is het ook zaak om het paard antibiotica te geven. Paarden die deze infectie hebben, moeten niet gepoetst worden om verdere verspreiding over de huid te voorkomen. Deze aandoening heeft een goede prognose.

De behandeling kan bestaan uit BCG-injecties, zogeheten immuuntherapie. Met BCG-injecties wordt de locale weerstand gestimuleerd om de veroorzaker aan te pakken. Daarnaast kan ook gekozen worden voor cryotherapie. Door middel van vriesbranden wordt dan de aangedane plek behandeld. Vaak worden deze behandelingen voorafgegaan door het chirurgisch zoveel mogelijk verwijderen van de huidtumor, waarna de BCG en/ of cryotherapie dienen als afrondende nabehandeling.

Mijt- en luizeninfecties behoren tot de parasitaire infecties van de huid.
Mijten en luizen geven jeuk. Luizen zien we vaak bij bijvoorbeeld Shetlandponies met een dikke vacht. Deze ponies hebben dan grote kale plekken, met vaak weinig huidlaesies. In de randen van de kale plekken kun je de luizen zien bewegen. Een behandeling bestaat uit het wassen van de totale pony met een middel tegen ectoparasieten, zoals bijvoorbeeld Neocidol®. Na 10 dagen dient deze behandeling herhaald te worden. Aangezien het besmettelijk is voor andere ponies in de directe omgeving, is het aan te raden om die ook te wassen. Mocht het te koud zijn om ze te wassen, dan is een injectie met Dectomax® een alternatief. Dezelfde behandeling kan ook worden toegepast bij paarden die last hebben van schurftmijt. Deze mijt zit met name aan de benen bij paarden met veel behang, zoals bijvoorbeeld Friezen en Tinkers. Een schurftmijtinfectie geeft jeuk. Besmette paarden staan vaak te stampen op stal of schuren met de hoef van het ene been tegen het andere been aan. Door dit schuren ontstaan er kale en beschadigde plekken aan de benen.

Aangezien mijten en luizen beperkt leven buiten een gastheer zou een huishoudelijke reiniging van de omgeving en een leegstand van 14 dagen voldoende zijn om de omgeving vrij te krijgen.

NIET-INFECTIEUZE HUIDAANDOENINGEN

Staart- en maneneczeem ontstaat door overgevoeligheid voor een klein mugje, de zogeheten Cullicoides. Hierdoor ontstaat heftige jeuk. De paarden gaan hierdoor schuren met uitgebreide huidbeschadigen tot gevolg. Er zijn vele middeltjes in de handel, maar hèt middel bestaat niet. Maar een aantal maatregelen kan het wel aangenamer maken voor het paard. Belangrijk is om de hoeveelheid insecten te verminderen door middel van vliegenwerende middelen.Daarnaast kan het paard op stal worden gehouden, wanneer de insecten het meest actief zijn, dus in de vroege ochtend en in de schemering. Maar het allerbeste blijft nog steeds om het paard in te pakken in een zogeheten eczeem-deken. Hiermee voorkom je dat ze gestoken worden en dus voorkom je een allergische reactie met bijbehorende jeuk.

Nodulaire necrobiose is een veelvoorkomende huidaandoening bij paarden. In de huid ontstaan dan kleine, harde knobbeltjes van ongeveer 1 tot 3 cm doorsnee, waar het paard over het algemeen weinig last van heeft. Deze knobbeltjes zitten vaak in het zadelgebied, maar ook elders op het lichaam zien we ze wel eens. De precieze oorzaak is onbekend, maar mogelijk heeft het te maken met insectenbeten, overgevoeligheid voor iets uit de omgeving of drukkingen van het zadel. De bultjes verwijderen door ze weg te snijden, is niet aan te raden. De wondjes genezen slecht en de paarden hebben meer last van de littekens die ontstaan, dan van de oorspronkelijke bultjes. De bultjes kunnen ook zo weer verdwijnen. Afwachten en voorkomen van drukkingen door het gebruik van een goed schabrak, is het belangrijkste advies.

Urticaria zijn verdikkingen van de huid als gevolg van plaatselijk oedeem. De verdikkingen vind je over de hele huid. Ze hebben een platte bovenzijde en zijn indrukbaar. Daar waar je drukt in de bult, blijft een putje achter die pas na enkele minuten weer verdwijnt. Op deze manier kun je het onderscheiden van nodulaire necrobiose. Urticaria ontstaan als gevolg van een allergische reactie op insectenbeten of stoffen van buitenaf, maar de oorzaak kan ook van binnenuit komen. Bepaalde voedingsbestanddelen, medicijnen, stress, maar ook infectieziekten kunnen als trigger dienen voor een allergische reactie die van binnenuit komt. Urticaria komen heel snel opzetten, maar verdwijnen vaak ook weer heel snel. Als de reactie heftiger is en er komt vocht door de huid heen op de plaats van de bulten, dan kan ter plekke de huid kaal worden. Een injectie van de dierenarts bij het ontstaan van urticaria bevordert het genezingsproces en voorkomt over het algemeen verdere uitbreiding van het probleem. Zaak is natuurlijk wel om de bron proberen op te sporen.

P_huid-4

Zadeldrukking, na opnieuw bijgevuld zadel

Drukplekken ontstaan doordat een slecht zittend zadel of tuig de bloedtoevoer van een deel van de huid belemmert. In het begin zien we alleen zwelling op de drukplekken, maar als die niet tijdig onderkend worden, dan zal een deel van de huid afsterven. Hierdoor ontstaat een open wond. Na het helen van deze wond komen er witte haren terug. Ook te strak zittende bandages of peesbeschermers kunnen drukkingen geven en daarmee veel ongemak bij het paard. De behandeling bestaat natuurlijk uit het wegnemen van de oorzaak. Dus het zadel wat niet goed ligt, moet worden aangepast of vervangen. Bij beenbeschermers is het belangrijk dat ze goed passen, schoon zijn en niet te lang worden omgelaten.

Acute zwelling kan worden gekoeld met koud water of met koude compressen. Als de huid niet open is, dan kan er een ontstekingsremmende zalf op worden gesmeerd. Bij een open wond moet er in overleg met de dierenarts een adequate wondbehandeling worden.

P_huid-5 (1)

Ziekte van Cushing: krulvacht en vermagering

Ziekte van Cushing is een aandoening die vaak bij de wat oudere paarden voorkomt, vanaf ongeveeer 15 jaar. Het ontstaat meestal door een tumor van de hypofyse, de kleine hersenen. Deze tumor stimuleert de bijnier tot het afgeven van bijnierschorshormoon. Het klinisch beeld wat hierdoor ontstaat, is vrij typisch. Het paard krijgt een vacht met krulhaar, met name aan de benen. Uit zichzelf zullen ze in de zomer niet meer verharen. Ze vermageren meestal, gaan meer zweten en gaan veel drinken en plassen. Daarnaast is er een verhoogde kans op hoefbevangenheid door de ziekte van Cushing. Meestal is de weerstand van deze dieren ook lager. Op zichzelf is Cushing niet levensbedreigend, maar soms wordt er toch besloten om het dier te laten inslapen, bijvoorbeeld omdat ze steeds weer bevangen raken. Ze kunnen niet genezen van de ziekte van Cushing, maar de verschijnselen kunnen wel verminderen met bepaalde medicijnen (pergolide bijvoorbeeld).

Bij fotosensibiliteit zijn witte huidgedeelten van het paard overgevoelig voor zonlicht. Dit gaat verder dan gewone zonnebrand. In de huid zijn stoffen terecht gekomen die reageren op de UV-stralen in zonlicht, waarna er celbeschadiging in de huid optreedt. De huid laat eerst serum door en sterft vervolgens af. Precies op de overgang van wit naar gekleurd haar zie je dan de scheidingslijn van afstervende huid.

De stoffen die dit veroorzaken, kunnen rechtstreeks uit bepaalde planten worden opgenomen. Maar het kunnen ook afvalstoffen van de lever zijn. Als de lever niet goed functioneert, dan kunnen deze afvalstoffen in het bloed komen en uiteindelijk in de huid belanden. Het is dus belangrijk om bij overgevoeligheid voor zonlicht bloed af te nemen voor leveraandoeningen.

P_huid-6a

Overgevoelig voor zonlicht a.g.v. een leverprobleem. Scheidingslijn van afstervende huid precies op de overgang van wit naar gekleurde huid.

P_huid-6b

1 maand later na intensieve behandeling
(antibioticia, corticosteroïden en mijden van zonlicht)

Alopecia is een term die wordt gebruikt bij kaalheid zonder bekende oorzaak, waarbij de huid een normaal aspect heeft. Mogelijke oorzaken die wel genoemd worden, zijn periodes van koorts, stofwisselingsstoornissen, hormonale verstoringen en gifstoffen van bepaalde planten. De vacht komt meestal binnen een paar weken tot een paar maanden weer terug. In de tussentijd kun je het paard ondersteunen door het biotine bij te voeren. Alopecia: kaalheid zonder bekende oorzaak.

Vitiligo is een verlies aan pigment. Er is geen oorzaak bekend, maar het komt wel vaker voor bij bepaalde rassen en in bepaalde stammen. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat het een erfelijke component heeft. De huid is normaal, maar gaandeweg treedt er steeds meer depigmentatie op. Het pigmentverlies vindt vooral plaats rondom de ogen, de mond en soms rondom de genitaliën. De witte vlekken gaan niet weer weg en er is geen behandeling voor.

Melanomen zijn huidtumoren die we vaak bij oudere schimmels zien. Melanomen bestaan uit pigmentcellen en zijn zwart aan de binnenkant. Over het algemeen zijn ze goedaardig, maar kunnen vanwege hun locatie nog wel eens problemen gaan geven. Ze komen het meest voor rond de anus en de vulva.

Een behandeling is vaak niet geïndiceerd als ze er geen last van ondervinden, omdat ze na het wegsnijden weer terug kunnen keren. In een aantal gevallen is behandeling ook niet meer mogelijk, omdat de tumoren al te uitgebreid zijn.

Bij jonge paarden en bij paarden die er hinder van ondervinden bij bijvoorbeeld het mesten, kan wel worden overwogen om de tumoren chirurgisch te verwijderen. Een andere therapie, met nog wisselende resultaten, is het oraal verstrekken van cimetidine gedurende 3 maanden.

P_huid-8 (1)