ONTWORMING

Veel paarden dragen in enige mate wormen bij zich, bij een lage besmetting veroorzaken deze echter geen problemen. Verschijnselen van een meer ernstige wormbesmetting kunnen zijn; verminderde groei, doffe vacht, minder presteren, diarree en koliek. Het voorkomen van een ernstige wormbesmetting is dus belangrijk om uw paard, pony of ezel gezond te houden.

Mestonderzoek

Voorheen werden paarden en pony’s blind ontwormd volgens een vast schema. Tegenwoordig voeren we liever eerst een mestonderzoek uit en kiezen we aan de hand daarvan een passend ontwormingsmiddel om resistentie van wormen tegen ontwormingsmiddelen te voorkomen. Wanneer er geen wormeieren in de mest gevonden worden is ontwormen zelfs helemaal niet nodig. U kunt van individuele dieren mest laten onderzoeken, één mestbal verse mest is daarvoor voldoende. U kunt ook een mestonderzoek uit laten voeren op een mengmonster van een groep dieren.

Bij het paard komen verschillende wormsoorten voor die hieronder kort beschreven worden.

Cyathostominae (kleine bloedworm)

De meest voorkomende worm bij volwassen paarden is de rode bloedworm. Het paard neemt op de weide de infectieuze larven op, daarna trekken ze het slijmvlies van de blinde en dikke darm in. Uiteindelijk treden ze hier weer uit en ontwikkelen zich tot een volwassen worm welke eieren produceert die met de mest op de weide terecht komen. De eieren van de rode bloedworm zijn gemakkelijk te vinden in de mest bij een mestonderzoek. Een andere mogelijkheid is dat de larven in de darmwand ingekapseld raken en daar het erop volgende voorjaar massaal uitkomen, dit kan ernstige koliek veroorzaken. Wij raden daarom aan om in het najaar in ieder geval te ontwormen om de larven te doden voordat deze ingekapseld raken in de darmwand, dan is een mestonderzoek dus niet nodig.

cyathostominae

Parascaris equorum (spoelworm)

Klachten als gevolg van een spoelworm infectie komen vooral voor bij veulens vanaf 4 maanden en paarden tot een leeftijd van maximaal 3 jaar. Het paard neemt op de weide infectieuze eieren op waar de larven uitkomen. Deze maken een trektocht via de lever naar de longen waar ze opgehoest worden en vervolgens doorgeslikt, zo komen ze weer in het maagdarmkanaal waar ze ontwikkelen tot een volwassen worm welke eieren produceert. Ook de eieren van de spoelworm zijn gemakkelijk te vinden in de mest bij een mestonderzoek. De trektocht door de longen kan luchtwegklachten geven zoals hoesten en neusuitvloeiing, daarnaast kunnen de paarden sloom zijn en minder eten. Bij ernstige infecties kunnen de volwassen spoelwormen voor verstopping en koliek zorgen. De eieren van de spoelworm zijn goed bestand tegen omgevingsinvloeden waardoor ze jarenlang op de weide kunnen blijven. We adviseren om veulens op vier tot zes maanden leeftijd te ontwormen tegen spoelwormen.

parascaris

Anaplocephala perloliata (lintworm)

Infecties met de lintworm kunnen bij paarden van elke leeftijd voorkomen, klachten als gevolg hiervan worden niet vaak gezien. De lintwormen hechten zich vooral aan de darmwand bij de overgang van de dunne darm naar de blinden darm. Als ze hier in grote aantallen aanwezig zijn kan dat koliek veroorzaken. De diagnose van een lintworminfectie is lastig vast te stellen omdat de eieren niet gemakkelijk in de mest te vinden zijn bij een mestonderzoek. Wel kunnen soms stukjes van de lintworm (proglottiden) in de mest gezien worden. Vanwege de lastige diagnose raden we aan één tot twee keer per jaar tegen lintworm te ontwormen, vaak doen we dit in het najaar met Equest Pramox.

anoplocephala

Strongyloides westeri (veulenworm)

De veulenworm komt bij veulens vanaf ongeveer één maand leeftijd voor. Besmetting vindt plaats via de melk maar ook via mest of de huid kunnen larven het lichaam binnendringen. Vanwege de besmetting via de melk adviseren we de merrie ongeveer één weekvoor de uitgerekende datum te ontwormen. Verschijnselen van een veulenworm infectie zijn diarree en vermagering, ziekte komt echter niet vaak voor. Veulens ontwikkelen al snel immuniteit tegen de veulenworm waardoor ziekte niet meer gezien wordt bij dieren ouder dan een aantal maanden. Goed om te weten is dat de diarree rond de hengstigheid van de merrie (1-2 weken leeftijd) niet veroorzaakt wordt door een worminfectie, ontwormen rond die tijd heeft dan ook geen zin. We adviseren om veulens op een leeftijd van één tot twee maanden te ontwormen tegen de veulenworm met ivermectine.

Gastrophilus (paardenhorzel)

Gedurende de zomermaanden zet de paardenhorzel gele eitjes af op voornamelijk de benen van het paard. Deze eitjes worden door het paard opgelikt en komen vervolgens in de maag terecht waar de larven uitkomen. Deze kunnen hier problemen zoals maagzweren veroorzaken. In het najaar ontwormen doodt deze larven en voorkomt problemen hiervan.

 

 

Als u meer informatie of advies wilt over het ontwormen van uw paard(en) kunt u contact opnemen met de praktijk. Voor mestonderzoek kunt u een kleine hoeveelheid verse mest langsbrengen op de praktijk.

gastrophilus